zondag 16 april 2017

Stop Imperialistische Agressie! Verdedig Noord-Korea!


Afgelopen maart werd een Amerikaanse troepen opbouw in Zuid-Korea bekend gemaakt. De ‘Gray Eagle company’, een eenheid van aanvalsdrones, werd vanaf dat moment permanent op de Kunsan Air Base in Seoul gestationeerd. Ondertussen werden de militaire provocaties van de Amerikaanse imperialisten verder opgevoerd met de grootste militaire oefening ooit in de Zuid-Chinese zee. Washington en Seoul kondigden tevens aan om de ‘Terminal High Altitude Area Defense’ (THAAD) in Zuid-Korea in te zetten, als onderdeel van een raketschild in Azië. Beijing maakt bezwaar hiertegen, omdat de THAAD een radarsysteem heeft dat diep in het Chinese achterland kan penetreren en zo de Amerikanen een strategisch overwicht geeft in het geval van oorlog. Momenteel is de Amerikaanse troepenmacht in de regio uitgebreid met een vloot, waaronder het vliegdekschip Carl Vinson.    




Hoewel de Trump administration en de bourgeois media claimen dat deze militaire maatregelen erop gericht zijn om de Zuid-Koreaanse cliënt-staat van Washington te beschermen tegen een mogelijke nucleaire holocaust, zijn het feitelijk de Amerikaanse imperialisten die de Noord-Koreaanse arbeidersstaat in het vizier hebben. Ondertussen overweegt de ‘National Security Council' voor het eerst sinds de Koude Oorlog de inzet van nucleaire wapens. Hoewel Noord-Korea momenteel het doelwit van de imperialisten is, moge het duidelijk zijn dat de machtigste concurrent van de imperialisten, China, de achterliggende hoofdprijs is. Noord-Korea lag altijd al op het pad van de Amerikaanse imperialisten naar de omverwerping van de Chinese revolutie van 1949. Om deze reden werd het Koreaanse schiereiland totaal vernietigd tijdens de Koreaanse oorlog van 1950-53.


Hoewel de bourgeois media de ontwikkeling van Noord-Koreaanse nucleaire wapens wegzetten als het product van een bizarre en los geslagen dictatuur, is dit een volkomen rationeel beleid van zelfverdediging. Aan het einde van WO II en met de overgave van haar eerdere koloniale meester Japan ontstond er een burgeroorlog op het Koreaanse schiereiland. Met steun van de Amerikaanse imperialisten onderdrukte het marionettenregime in het zuiden de Jeju opstand van 1948-49, waarbij meer dan 30.000 arbeiders en boeren zonder pardon vermoord werden. In 1950 leidde dit tot een burgeroorlog waarbij het Noord-Koreaanse leger in rap tempo Zuid-Korea innam waarbij zij als bevrijders werden onthaald door de arbeiders en boeren.


Toen de Amerikaanse imperialisten troepen stuurden, leidde dit tot een bloederige oorlog, waarbij de Amerikanen barbaarse middelen inzetten. Achttien van de grootste steden van het Noorden, werden geheel vernietigd en met bombardementen werden irrigatie dammen opgeblazen waardoor drie kwart van de Noordelijke voedselproductie vernietigd werd met hongersnood als gevolg. Tijdens deze oorlog dreigden de Amerikaanse imperialisten meerdere keren met de inzet van nucleaire wapens, enkel de dreiging van een vergelding door de Sovjet Unie weerhield hen ervan deze ook daadwerkelijk in te zetten. Deze oorlog eindigde in 1953 met een patstelling, waarbij het schiereiland in het Noorden en Zuiden werd opgedeeld. De Amerikanen plaatsten nucleaire wapens op hun militaire basissen in Zuid-Korea en stationeerden meer dan 30.000 Amerikaanse troepen permanent in het land, een constante dreiging voor Noord-Korea en China.


Het is de plicht van revolutionairen om zich achter Noord-Korea en China te scharen, nu deze onder vuur liggen van de Amerikaanse imperialisten en hun Japanse en Zuid-Koreaanse proxy's. De verdediging van deze landen houdt ook in dat deze landen nucleaire wapens en effectieve toedieningssystemen hebben, om zich tegen deze imperialistische agressie te verdedigen. Het waren immers de Amerikaanse imperialisten die de enigen zijn die ooit zulke wapens hebben ingezet, toen zij in 1945 meer dan 200.000 Japanse burgers in Hiroshima en Nagasaki vermoorden met een nucleaire vuurzee. Onder de onbetwiste wereldheerschappij van het Amerikaanse imperialisme, is de enige betekenisvolle manier om nationale zelfbeschikking te verzekeren het bezit van een geloofwaardig nucleair afschrikmiddel. Het gevaar van een gebrek hieraan werd pijnlijk duidelijk in landen als Afghanistan, Irak en Libië, waar regimes werden afgezet als gevolg van NAVO troepen en lokale huurlingen. Dit ligt anders in Noord-Korea die de middelen heeft om zichzelf te verdedigen tegen dit soort agressie.  



Daarom:
Stop Imperialistische Agressie! 

Verdedig de Volksdemocratische Republiek Korea!

NAVO uit de Zuid-Chinese Zee!

donderdag 13 april 2017

Arthur Moeller van den Bruck: Grondlegger van de Conservatieve Revolutie 


Arthur Moeller van den Bruck (April 23, 1876 - Mei 30, 1925) was een Duitse filosoof en cultureel historicus die een bepalende rol binnen de Conservatieve Revolutie speelde. Hij is hoofdzakelijk bekend vanwege zijn Duitse vertalingen van de werken van Dostoevsky en van zijn eigen boek 'Das Dritte Reich". 



Biografie


Arthur Moeller van den Bruck werd op 23 april, 1876, in Solingen, Duitsland geboren. Hij studeerde van 1898 tot 1910 op het gymnasium, maar werd daar geschorst vanwege zijn onverschilligheid met betrekking tot zijn studies. Hij vond dat Duitse literatuur en filosofie (met name Nietzsche) een betere scholing vormde en vervolgde zijn studie op zichzelf in Berlijn, Parijs en Italië. In 1905 publiceerde Moeller zijn 8-delige volume over de culturele geschiedenis van het Duitse volk: 'Die Deustchen: unsere Menschengeschichte'. In een boek dat hij als aanvulling hierop schreef, 'Die Zeitgenossen', drukte hij als eerste zijn idee van 'jonge naties' en 'oude naties' uit. In 1907 keerde hij terug naar Duitsland en schreef zichzelf in 1914, toen de eerste wereldoorlog uitbrak, in bij het leger.   


Na de oorlog stortte Moeller van den Bruck zich in het politieke activisme en richtte hij de 'Juni Klub' op om jonge conservatieven te verenigen om tegen het Versailles Dictaat te strijden. Later werd de organisatie herdoopt tot 'Deutscher Herrenklub' en nam sterk aan invloed toe. Zij speelden een belangrijke rol bij het aantreden van Franz von Papen als Reichskanzler in 1932. Tijdens deze periode schreef Moeller meerdere boeken waarin hij uitdrukking gaf aan zijn anti-liberale, anti-parlementaire, antikapitalistische en revolutionair-conservatieve ideeën. Tot zijn meest opmerkelijke werken behoren; ' Der Preufiische Stil', 'Das Recht der jungen Volker' en 'Das Dritte Reich'. In Mei 1925 kreeg Moeller echter een zenuwinzinking, waarop hij zelfmoord pleegde.       



Politieke en Economische Ideeën


Arthur Moeller van den Bruck benadrukte dat de ware democratie niet ging om de theoretische rechten van de mens of om parlementaire praktijken, maar om het volk dat haar eigen lot bepaald. De Duitsers kenden in het verleden al monarchieën die in essentie democratisch waren. Met betrekking tot het leiderschap benadrukte Moeller dat: "Leiderschap geen kwestie van stembussen is, maar van keus gebaseerd op vertrouwen. De ontgoocheling die de partijen hadden gebracht, leidde tot de ontvankelijkheid van het leiders-ideaal. De jeugd staat er volledig achter. Er is binnen dit ideaal geen plaats voor de monarchie; de monarch heeft dit ideaal voor zichzelf geclaimd; maar deze claimde het exclusief als een kwestie van privileges, niet een van verdiensten. Toen de Revolutie kwam werd het leiders-ideaal mogelijk, het ideaal van een leider die niet vernietigd, maar conserveert."  


Hij verklaarde dat de republikeinen, die zichzelf democraten noemden, nu de vijand van het volk waren en verslagen dienden te worden. Hij keerde zich hierbij tegen het liberalisme: "Liberalisme is de partij van de parvenu's*, die zich hebben gesitueerd tussen het volk en zijn grote mannen. Liberalen zien zichzelf als geïsoleerde individuen, die aan niemand verantwoording hoeven af te leggen. Zij delen niet in de tradities van de natie, zij staan onverschillig tegenover haar verleden en hebben geen ambities voor de toekomst. Zij zoeken alleen hun persoonlijke voordelen in vandaag de dag.  Hun droom is de grote internationale, waarbinnen alle volkeren, talen, rassen en culturen zullen worden verpletterd."  


De fundamenten van een gezonde natie moeten nationalisme en conservatisme zijn: "Conservatisme wilt de natie haar waarden behouden, door deze traditionele waarden te conserveren zolang deze de kracht tot groei bezitten, en door alle nieuwe waarden die de natie haar vitaliteit doen toenemen, te assimileren. Een natie is een gemeenschap van waarden; en nationalisme is het bewustzijn van die waarden."


Moeller maakt een onderscheid tussen vier algemene socio-politieke groepen in zijn tijd: de reactionair, de conservatief, de liberaal en de revolutionair. Volgens hem dacht de reactionair vaak dat deze een conservatief was, maar was dit feitelijk iemand die het verleden in haar totaliteit wilde recipiëren. Dat was een onrealistische positie die alle eerdere tradities en waarden als iets goed behandelde, zelfs als deze volkomen afkeurenswaardig zijn. De liberaal is de totale individualist die tot geen enkel volk behoort en geen tradities deelt; alles wat deze doet is wat het beste voor hemzelf is als individu, hij volgt een louter individualistische filosofie. De radicale revolutionair, in zijn visie vertegenwoordigd door communisten, wil de samenleving volledig veranderen door middel van revolutie. Zijn fout is om te denken dat hij alle oude gebruiken, tradities en waarden weg kan vagen en simpelweg kan vervangen door een nieuwe wereld. De conservatief is superieur ten opzichte van al deze groepen omdat deze begrijpt hoe de wereld eigenlijk in elkaar steekt. In tegenstelling tot de reactionair erkent de conservatief dat samenlevingen evolueren en hun waarden en tradities veranderen. Maar de conservatief probeert juist die waarden en tradities te behouden die goed voor de natie en haar volk zijn. Tegelijkertijd omhelst deze nieuwe waarden als deze de natie verbeteren of de oude waarden vervangen als deze de vitaliteit van de natie doen afnemen.     
   

Moeller besteedde veel tijd aan het bekritiseren van de materialistische en rationalistische grondslagen van het Marxisme. Volgens hem hadden deze een gebrekkig begrip over de mens en namen deze niet de vitale factoren mee. Als alternatief hiervoor propageerde hij een Duits socialisme. Hij stelde: "Elk volk kent haar eigen vorm van socialisme. Als we praten over een Duits socialisme, bedoelen we natuurlijk niet het socialisme van de sociaaldemocraat waar de partij na onze ineenstorting toevlucht zocht; noch bedoelen we het logische Marxistisch socialisme dat weigert de klassenoorlog van de internationalen achter zich te laten. ..Internationaal socialisme bestaat niet. Het bestond niet voor de oorlog en nog minder erna. Socialisme begint waar marxisme eindigt. Duits socialisme is opgeroepen om een onderdeel te vormen in de spirituele en intellectuele geschiedenis van de mensheid door zichzelf te ontdoen van ieder spoor van liberalisme. ... Dit nieuwe socialisme moet de grondslag vormen voor Duitslands Derde Rijk."   


"Oude" en "Nieuwe" Naties


Moeller van den Bruck stelde dat naties (Völker) in "ouderdom" verschilden. Dit werd niet begrepen in termen van ouderdom in jaren, maar in het karakter en gedrag van de natie (Volk). Dus er zijn "oude" en"nieuwe" naties die werden geïdentificeerd volgens bepaalde voorbeelden. De "jonge natie" was energiek, sterk, bezat de wil-tot-macht, vitaliteit en arbeidsethiek. De "oude natie" was sterk ontwikkeld, uitgeput, kende weinig vitaliteit en kende een tendens richting de corrupte idealen van 1789 (onder andere rationalisme en liberalisme) en doelen voor Bentham** zijn concept van geluk. Voorbeelden van jonge naties waren Bulgarije, Finland, Japan, Rusland en Duitsland (met name Pruisen, wiens waarden en stijl door Moeller geprezen werden). Belangrijke voorbeelden van oude naties waren Frankrijk, Italië en Engeland.    


Moeller geloofde dat het lot van de naties bepaald werd door "de wet van vooruitgang en achteruitgang van de naties". Volgens deze wet zouden alle oude staten meedogenloos naar beneden zakken van hun hegemoniale posities. Echter zoals de Eerste Wereldoorlog al had laten zien, kon een jonge natie zoals Duitsland nog altijd verslagen worden als gevolg van haar onervarenheid, onstuimigheid, of omdat het door een coalitie van oude naties aangevallen werd (Engeland, Frankrijk, enz.).  Een nederlaag in oorlog zou echter de jonge natie niet doen breken als het Vredesverdrag onverlet verhinderde dat de natie kon bestaan, groeien en vrij zijn. Deze ideeën van Moeller werden vooral ontwikkeld in 'Die Zeitgenossen', en later concreet gemaakt in 'Das Recht der Jungen Volker' en 'Das Dritte Reich'.  



Het idee van Ras


Moeller sprak zich uit tegen de antropologisch theorieën die Duitsers en andere Europese volkeren categoriseerde in talloze subrassen en mixen. Hij stond voor de “rassen van de geest" die alle Europeanen deed verenigen. Met deze positie stelde hij dat alle Duitsers van een raciaal type waren, die nergens door verdeeld konden worden op het vlak van ras, fysiek of spiritualiteit. Hoewel hij geloofde dat biologisch ras echt was, argumenteerde hij dat het niet zo krachtig was als dat de wetenschappers het afschilderden; het was meer een vormend element voor de natie, dat werd gebruikt als een idee om het nationale bewustzijn te doen ontwaken. Het "ras van geest" concept van Moeller had dan ook meer gemeen met het concept van de Volksgeest, dan met het concept van ras zelf.



Kritiek op Spengler


Moeller schreef dat Spengler zijn theorie van culturele cycli inaccuraat was en niet in overeenstemming was met het echte leven van naties en culturen. Evolutie was constant en een onvoorspelbare ontwikkeling, die niet in het "Morfologische"*** proces van Spengler paste. Verder stelde hij dat mensen "meer dan enkel natuur" waren en dus dat Spengler zijn pogingen om de geschiedenis en cultuur te verklaren via natuurwetenschap incorrect was. Spengler gebruikte dan wel metafysische taal en irrationele concepten, maar in essentie zag hij mensen slechts als biologische entiteiten onderworpen aan natuurlijke ritmes. Voor Moeller echter, hadden mensen een veel hogere spirituele kant, dat betekende dat hun neigingen en bewegingen niet geheel door de natuur geleid werden.  


Moeller geloofde ook niet dat culturen bestonden en verdeeld waren op de manier dat Spengler dat geloofde. De Greco-Romeinen waren op veel manieren een veel jongere versie van wat men kent als het Westen. Ook was Duitsland voor Moeller niet Westers, noch Oosters, het was een energierijke "jonge" natie, in tegenstelling tot Westerse naties zoals Engeland en Frankrijk. Hij verwierp ook het fatalisme van Spengler, hij beargumenteerde dat de geschiedenis niet circulair was, maar meer als een spiraal. Een natie kan haar energie verliezen en oud worden ("beschaafd" in Spengler zijn termen), maar het kan en doet dit proces omkeren, door te regenereren en herboren te worden binnen een jongere generatie. Duitsland was de belichaming van zo'n jonge en vitale natie, in tegenstelling tot Frankrijk, die als oud en levenloos werd gezien.  




Noten:


Parvenu: Iemand met veel geld die zich beweegt in kringen waar hij door zijn komaf niet thuis hoort.

** Jeremy Bentham (Londen 1748 -1832) was een Engelse jurist, filosoof en sociaal hervormer. Hij was een vooraanstaande rechtsfilosoof en een vroege pleitbezorger van het utilitarisme. Het utilitarisme is een ethische stroming die de morele waarde van een handeling afmeet aan de bijdrage die deze handeling levert aan het algemeen nut, waarbij onder algemeen nut het welzijn en geluk van alle mensen wordt verstaan. Vermijden van pijn en verwerven van plezier zijn volgens deze theorie de motieven voor het menselijke handelen.

*** Morfologisch = Vormkunde/Cultuurvorming



dinsdag 11 april 2017

Het Turkse Nationalisme als Leerschool


Eerste Wereldoorlog

Er bestaat een lange traditie van contacten tussen het Duitse rijk en het Ottomaanse rijk. Sinds de tweede mislukte poging van de Ottomanen om in 1683 Wenen in te nemen, werden er al diplomatieke relaties gevestigd tussen de twee grootmachten. Onder het leiderschap van de Duitse Kaiser Wilhelm II werden deze banden sterk aangehaald en ontstond er een heus Duits-Ottomaans wapenbroederschap. Het Ottomaanse rijk bleek cruciaal voor de Kaiser zijn aspiraties om een Midden-Europese macht te vormen, die een tegenwicht moest kunnen bieden aan de West-Europese zeemachten enerzijds en het Tsaristische Rusland anderzijds. Kaiser Wilhelm II riep zichzelf uit tot de beschermheer van de Islamitische volkeren. In dat licht werden er verschillende gezamenlijke projecten met de Ottomanen ondernomen, waaronder de vestiging van de ‘Baghdad treinroute’ die via het Ottomaanse rijk naar het Midden-Oosten liep en een uitgebreide militair-economische samenwerking. In de aanloop van de eerste wereldoorlog waren het Duitse- en Ottomaanse rijk onlosmakelijk met elkaar verbonden.  

Het Ottomaanse rijk in de 19de eeuw

De Duits-Ottomaanse ambities naar macht bleven niet onbeantwoord en in 1914 brak de eerste wereldoorlog uit. Het Duitse- en Ottomaanse rijk bundelden hun krachten in de strijd tegen Rusland en de Westerse alliantie. Naar het idee van de Duitse Kaiser riep sultan Mehmed V op 14 november 1914 de Jihad (Heilige oorlog) uit tegen het westen (Groot-Brittanië, Frankrijk en ‘de joden’ in het bijzonder). Dit was tevens een potentiële poging om de miljoenen moslims in de koloniën van Groot-Brittannië en Frankrijk te doen rebelleren tegen hun imperialistische bezetters. Door de inspanningen van de Britse geheim agent T.E. Lawrence (van Arabië) werd dit deels voorkomen, hij wist de Arabische stammen juist te verenigen en te mobiliseren tegen het Ottomaanse rijk, om hen vervolgens te verraden. Na 4 jaar oorlogsinspanningen verloor de Duits-Ottomaanse alliantie de oorlog en vielen beide rijken uiteen. Het Duitse rijk werd aan banden gelegd met het Dictaat van Versailles (1919) en het Sykes-Picot verdrag (dat in het geheim al in 1916 was gesloten door de Britten en Fransen, om het midden-oosten als oorlogsbuit onderling te verdelen) leidde tot het uiteenvallen van het Ottomaanse rijk.


Het Wapenbroederschap: Kaiser Wilhelm II (Duitse rijk) - Sultan Mehmed V (Ottomaanse rijk) - Tsaar Ferdinand I (Bulgarije) - Kaiser Franz Joseph I (Oostenrijk-Hongarije)    



Ataturk en de onafhankelijkheidsoorlog

Voor de Duitse nationalisten betekende de uitkomst van de eerste wereldoorlog een ramp van Bijbelse proporties. Met het Dictaat van Versailles viel het eens machtige Duitse rijk ten prooi aan de Entente. De eerste jaren van de nieuwe Weimar republiek, die uit de resten van het Duitse rijk verrees, werden dan ook gekenmerkt door een grote teleurstelling en machteloosheid. Maar met het einde van de oorlog hield de strijd nog niet op. In Rusland vochten de witte en rode legers om de verovering van gigantische stukken territorium, in Fiume riep de proto-fascist Garbrielle D’Annunzio een vrijstaat uit en in de Baltische regio was er veel Freikorps activiteit. In Duitsland kenmerkte dit de aanvang van de revolututionaire ‘kampfzeit’ en het felle verzet tegen de onderdrukking van Versailles.

Ondertussen was ook het Ottomaanse rijk ineengestort, haar eens machtige leger werd geplaagd door deserties, munitie- en wapentekorten. In 1919 patrouilleerde geallieerde troepen door de straten van Istanboel. Christenen en andere minderheden wilden het rijk ontbinden en hun eigen staten uitroepen. Armenië eiste onafhankelijkheid en de geallieerden wilden grote delen van Anatolië aan de Grieken toekennen. Toen de Grieken de stad Smyrna en haar achterland bezette, kwam de Griekse droom van de heroprichting van het Byzantijnse rijk dichterbij dan ooit te voren. Terwijl de Ottomaanse kusten omsingeld waren door geallieerde slagschepen, gaf de Ottomaanse sultan Abdul Hamid II steeds meer toe aan de eisen die de geallieerden aan hem stelden.

Dit alles veranderde echter in mei 1919 toen Mustafa Kemal Pasha (later bekend als Ataturk) in Anatolië landde en de Turkse onafhankelijkheidsoorlog uitriep. Kemal startte een nationale bevrijdingsbeweging tegen de annexaties die het Turkse heartland bedreigden. Zij voerden niet alleen een onwaarschijnlijke strijd tegen de Armeense en Griekse legers, incidenteel zelfs tegen de Ottomaanse legers, maar waren de facto ook in oorlog met de geallieerde machten. Met deze vier jaar durende strijd (1919-1923) werd de nieuwe Turkse natie gevestigd, zoals uiteindelijk werd vast gelegd in het Verdrag Van Lausanne.

'Ataturk' Mustafa Kemal

Deze gigantische prestatie van Mustafa Kemal vormde een grote inspiratie voor de Duitse nationalisten en de wanhopige Duitse natie. Deze ‘Turkse lessen’ verleenden een nieuwe impuls aan de Duitse nationalisten, die de Duitse natie van het Dictaat van Versailles wilden bevrijden. Zo was het NSDAP orgaan de ‘Völkische Beobachter’ duidelijk toen deze verklaarde: “Vandaag de dag is Turkije de jongste natie. Eens zal ook de Duitse natie gedwongen zijn om zichzelf op de Turkse methode te beroepen.” Volgens de Völkische Beobachter waren de Sultan en de minderheden als vijfde colonne de uitvoerende macht van de Entente geworden en moest de nationale oppositie van Mustafa Kemal geprezen worden.

Later verklaarde ook Adolf Hitler zelf in een interview dat de succesvolle strijd van Mustafa Kemal hem het vertrouwen gaf dat de nationaal socialistische beweging ook succesvol zou zijn. In dat opzicht beschreef hij de Turkse nationale beweging als zijn “schijnende ster in de duisternis”. Hij benadrukt: “Turkije was onze bondgenoot in de eerste wereldoorlog . De treurige uitkomst van deze strijd woog net zo zwaar op deze natie als op onze eigen natie. Toen alle geluk hen verlaten had en de natie door een verschrikkelijk lot getroffen werd, was de grote stichter van het jonge Turkije de eerste die als een rolmodel diende voor de opstand tegen de geallieerden.” Voor de Duitse nationalisten was het nieuwe Turkije een voorbeeld van een ‘staat par excellence’; de één-partij staat binnen een völkische context. Het Kemalisme was geen regime, noch een ideologie, maar een ware massabeweging: het levende bewustzijn van 18 miljoen Turken, zonder een enkele uitzondering. In 1938 overleed Mustafa Kemal aan levercirrose.

1934: Ere-uitvaart voor de Turkse ambassadeur Kemalettin Sami in Berlijn


Tweede Wereldoorlog   

De uitbraak van een tweede wereldoorlog zette de nodige druk op het oude wapenbroederschap tussen de Duitsers en Turken. Sinds 1938 hadden de Turken verschillende verdragen gesloten met de Britten. In een Anglo-Turks vedrag uit 1939, verplichtte de Turken zichzelf om de Britten militair te steunen als er een oorlog uit zou breken. Deze oorlogsverklaring bleef echter uit toen in 1939 de geallieerden wederom in oorlog kwamen met het Duitse rijk. Het oude wapenbroederschap was nog niet vergeten en in 1941 sloten de Turken en Duitsers een verdrag, waarin de Turken verklaarden neutraal te blijven in deze oorlog. Hetzelfde jaar boden de Turken de Duitsers aan om Duitse troepen via Turkije naar Irak te laten marcheren, maar werd onder geallieerde druk gedwongen om dit voorstel in te trekken.

Ondanks haar neutraliteit leverde Turkije belangrijke grondstoffen aan het Duitse rijk en gaf zij in het geheim inlichtingen aan het Duitse regime. In de Kaukasus en Balkan dienden vele tienduizenden etnisch-Turkse soldaten in de SS en velen meer in de Wehrmacht. Echter tegen het einde van de oorlog, dwong een geallieerde boycot van Turkije de Turken ertoe dit beleid te herzien. Onder toenemende druk van de geallieerde machten werd Turkije gedwongen haar diplomatieke betrekkingen met het Duitse rijk op te zeggen. Als gevolg hiervan verklaarde Turkije in 1945 het Duitse rijk symbolisch de oorlog. Lange tijd bleef een sterk verdeeld Turkije door zwak leiderschap en (vaak door de geallieerden aangewakkerde) interne conflicten onder de invloedssfeer van de geallieerde machten. In 1952 treed het land toe tot de NAVO.

Händschar Divisie doet het ochtendgebed


Een nieuw Turks nationalisme   

Met de komst van een nieuw politicus, Recep Tayyip Erdoğan, kwam hier verandering in. Hij werd geboren in een arm gezin in de wijk Kasımpaşa in Istanboel en begon zijn politieke carrière bij de islamistische partijen van Necmettin Erbakan, die ook de politiek-religieuze Millî Görüş beweging opzette. Erdogan blijkt een slim strateeg die het politieke spel als geen ander begrijpt. Zijn toenemende invloed en macht doet hem in 1998 voor tien maanden in de gevangenis belanden als politiek gevangene. Na zijn vrijlating richtte hij in 2001 zijn eigen partij op: de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP). Deze partij wint met een overtuigende meerderheid bij de Turkse verkiezingen en in 2002 wordt Erdogan premier van Turkije.

AKP leider Recep Tayyip Erdoğan

Hoewel Erdogan een islamist is, is hij bovenal een pragmaticus, die zich ook bedient van een sterk nationalisme. Zijn ideologie steunt voor een groot deel op de Turkse dichter Necip Fazıl Kısakürek, die ernaar streefde het Ottomaanse rijk weer in haar oude glorie te herstellen. De ‘Westerse Democratie’ wordt hierbij gezien als de vijand van het nieuwe Turkije (het Grote Oosten), wat ertoe leid dat Turkije sinds enkele jaren zich tot groot ongenoegen van haar Westerse bondgenoten van de NAVO aan het vervreemden is en een onafhankelijke koers is gaan varen ten gunste van de Turkse natie.

Met gevaar voor eigen leven voorkomt de Turkse bevolking een staatsgreep

Uiteraard betekend Erdogan zijn neo-Ottomaanse islamitisch-nationalisme een duidelijke breuk met het seculiere nationalisme van Mustafa Kemal, maar beiden weten het doorgaans sterk verdeelde Turkse volk onder hun banier te verenigen en de natie te sterken. Dit kwam onder andere tot uitdrukking tijdens de recente coup d’état die op 15 juli 2016 plaats vond in het land. Deze staatsgreep kon uiteindelijk verhinderd worden door een verenigt Turks volk, dat massaal de straten op ging om met gevaar voor eigen leven en met een ongekend fanatisme het leger van de coupplegers te ontwapenen. Ook in de Turkse diaspora, bij de talloze Turkse immigranten in bijvoorbeeld Duitsland en Nederland, leeft er nog een sterk nationaal bewustzijn. Ten alle tijden blijven Turken loyaal aan hun volk en natie.

In plaats van dit uitzonderlijke nationale bewustzijn te bekritiseren, doen nationalisten er wellicht beter aan om net als in het verleden daarvan te leren en hier inspiratie en kracht uit te putten!      





zaterdag 18 maart 2017

Over Reformistisch Linkse Hypocrisie


Geïllustreerd aan de hand van de hysterie inzake het immigratiebeleid van de nieuwe president Donald Trump

De overwinning en de daaropvolgende inauguratie van Donald Trump als de nieuwe president van de Verenigde Staten kwam als een mokerslag aan bij zowel delen van de bourgeoisie als bij reformistisch links.

Op 21 jan. jl. vonden in vele steden zogeheten ‘Women’s marches’ plaats, gericht tegen de ‘seksistische’ resp. vrouwonvriendelijke uitlatingen van president Trump. Alleen al in Washington D.C. en Chicago verzamelden zich meer dan een miljoen vrouwen, overduidelijk gemobiliseerd door de Democratische Partij (als de facto steunbetoging aan de verslagen presidentskandidate Hillary Clinton). Progressieve en liberale burgerlijke media (zoals o.m. de Huffington Post) braken zich er het hoofd over hoe het toch mogelijk was dat vele Amerikaanse arbeiders en vele vrouwen “tegen hun belangen in” op Trump hadden gestemd.


Tevens werd er de dag ervoor een internationale zogeheten “anti-Trump dag” georganiseerd (in Nederland een “anti-Trump” en tevens “anti-Wilders” dag). In Washington D.C. greep het anarchistische Black Bloc de gelegenheid aan tot het voeren van ‘directe actie’. Uiteindelijk resulteerde een en ander in de gewelddadige arrestatie van zo’n 230 militanten, die kort daarvoor de ramen van filialen van McDonalds, van Starbucks en van Bank of America onder handen hadden genomen. Tevens werd een geparkeerde limousine ‘verbouwd’. De bourgeois-media huilde krokodillentranen over al dit “geweld”, en de straffen die de anarcho‘s kunnen verwachten zijn ook niet misselijk: Vonnissen tot max. tien jaar celstraf dan wel max. $25.000 geldboete. Solidariteit met deze slachtoffers van de burgerlijke klasse justitie!

Wat echter geldt voor deze analyse: De oproepen van de anarchisten (#disruptJ20) stelden o.a. dat ,,Trump staat voor tirannie, hebzucht en misogynie (= vrouwenhaat)”. Dit is eenzelfde standpunt als dat van alle burgerlijke media, instanties en organisaties, namelijk dat Trump de belichaming zou zijn van een fenomeen dat een regelrechte bedreiging zou vormen voor elk individu op deze wereld, ongeacht zijn/haar sekse, gemeenschap, geloof of klasse.

Het Black Bloc heeft dus veel gemeen met de ‘progressieve’ bourgeoisie, als zijnde een geradicaliseerde uitingsvorm van het kleinburgerdom en is in haar essentie dus anti-proletarisch. Maar datgene wat wel voor ‘proletarisch’ moet doorgaan, reformistisch links, huldigt hetzelfde burgerlijke standpunt als de bovengenoemde ‘progressieve’ bourgeoisie en het Black Bloc, namelijk: Trump zou een boven alle klassen staande bedreiging zijn, ja, zelfs een fascist. Deze stelling van reformistisch links dat Trump een “fascist” zou zijn - de vergelijking met Hitler deed al snel de ronde - is door en door foutief en geeft blijk van vele illusies inzake het karakter van de burgerlijke democratie.


Ten eerste: De Verenigde staten is nog niet in het stadium van het fascisme beland, omdat de Amerikaanse bourgeoisie in de verre verte niet bedreigd wordt door een revolutionaire situatie, zoals dat in de Weimar Republiek 1932 wel aan de orde was. De Amerikaanse bourgeoisie kan nog steeds met behulp van burgerlijk democratische verkiezingen haar positie behouden.

In 1933 zag de Duitse bourgeoisie onder leiding van Von Papen zich genoodzaakt Hitler in het zadel te brengen, dit om zodoende de Duitse arbeidersklasse en de werkende massa’s (van zowel de kant van de communisten als wel van de geradicaliseerde proletarische aanhang van de NSDAP) in bedwang te kunnen houden. (Deze waren al dusdanig ‘geradicaliseerd’, zodat Duitsland eind 1932 op de rand van een revolutionaire situatie stond [-> de BVG-staking nov. 1932]).

Ten tweede: De bourgeoisie-historici stellen dat Hitler een gewelddadig fenomeen zou zijn geweest dat boven de burgerlijke democratie uitstak. Echter, Hitler was gewoon de dictatoriale uitingsvorm van de bourgeoisie, de fascistische fractie van de bourgeoisie. De aloude Duitse politiek van de Weimar-bourgeoisie (de angst voor en de strijd tegen de socialistische Sovjet Unie, de pro-Angelsaksische insteek) en haar productiewijze (het beheren van het kapitalisme) werd gewoon voorgezet, dit maal echter ongeremd.

Deze analyse doortrekkend kunnen we stellen dat ongeacht de partijpolitieke kleur van de regering (blauw dan wel rood, Democraat dan wel Republikein), de aloude manier van produceren (nl. de kapitalistische) en al wat daaruit voortvloeit inzake uitbuiting en onderdrukking van arbeiders, etnische minderheden, migranten, vrouwen etc. gewoon door blijft gaan. Alleen soms in een meer tolerante variant (Democraten), dan weer in een meer openlijke discriminerende variant (Republikeinen).

Reformistisch links schotelt de arbeidersklasse echter de illusie voor, als zou Trump een ‘slechtere’ keuze zijn dan een Democratische presidentskandidaat (als voorbeeld hiervan zie wederom het internationale anti-Trump protest van 20 jan. jl., waar o.a. de pseudo-Trotskistische organisaties, zoals de Internationale Socialisten (IS) en de Links Socialist exact dezelfde onzin verkondigden.)



Maar alle anti-Trump hysterie van de kant van de (Democratische) bourgeoisie en haar linksreformistische slippendragers tijdens het inauguratieprotest viel in het niets bij de hypocriete hysterie die losbarstte na Trumps afkondiging van een inreisverbod voor personen afkomstig uit zeven (overwegend) islamitische landen (= Libië, Irak, Iran, Jemen, Soedan, Somalië en Syrië).

Over de gehele wereld regende het krokodillentranen bij de sociaaldemocratie, reformistisch links en de vakbondsbureaucratie gedurende de vele betogingen en demonstraties op luchthavens en andere locaties. Ook Nederland ontbrak niet in dit rijtje. Wat natuurlijk niet ter sprake kwam was het feit dat deze lijst nog door de regering-Obama was opgesteld. Dit werd voor het gemak door de reformisten maar even “vergeten”.

Ook was het al onder Obama dat in 2011 een half jaar lang een actief inreisverbod was ingesteld voor personen uit Irak. En het was alweer onder Obama dat er meer dan twee miljoen (illegale) Mexicanen werden gedeporteerd, een hoger aantal dan onder welke andere Amerikaanse president ook. (Het leverde Obama de kwalificatie ‘deporter-in-chief’ op). Werd er destijds door de linkse reformisten geklaagd over de deportatiepolitiek en anti-moslimdiscours van Obama? No way!

En voor hetzelfde gemak werd ook maar even “vergeten” dat de EU-bureaucraten ondertussen al de verdrinkingsdood van meer dan 10.000 vluchtelingen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten op hun rekening hebben. Hoeveel doden heeft het restrictieve immigratiebeleid van Trump opgeleverd? None!

Elke afzonderlijke EU-lidstaat probeert al sinds jaren zoveel mogelijk de migratie naar hun respectievelijke land in te perken (met Merkel/de ‘BRD’ aan kop), en daarom poogt de ‘BRD’ dictaten op de leggen aan landen in Noord-Afrika en in het Midden-Oosten, zoals Marokko, Tunesië, Egypte, Libanon en Turkije (Tevens veronderstelt de Duitse minister van Binnenlandse zaken De Maizière dat het voor Afghaanse asielzoekers veilig genoeg is in hun thuisland om terug naartoe te keren). Deze landen moeten gaan dienen als opvangkampen ter plekke (wat ze al waren, maar nu moeten deze ook nog weer vluchtelingen terugnemen, die door de ‘BRD’ worden gedeporteerd), dit teneinde de vluchtelingstroom naar (West-)Europa (nog) meer in te perken. Klaagt reformistisch links over deze (anti-)migratiepolitiek en het islam-bashing van de Europese unie? Dacht het niet.



De lijst van deportaties en inreisverboden onder zowel Democratische als Republikeinse presidenten is lang. Enkele voorbeelden:

= Met instemming van het Congres en de vakbondsbureaucratie werd in 1882 de Chinese Exclusion Act ingenomen, die een inreisverbod opwierp voor Chinezen en tevens hen het recht op het Amerikaanse staatsburgerschap verbood. Een en ander diende destijds om af te leiden van de stijgende werkloosheid en de dalende lonen. 

= Gedurende de Grote Crisis van 1930 werden 500.000 Mexicanen (voornamelijk migranten boeren) gedeporteerd. In 1954 werd dit nog eens fijntjes overgedaan gedurende de militaire operatie Wetback, toen meer dan een miljoen migranten boeren werden gedeporteerd. 

= De Democraat Roosevelt sloot tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 100.000 in de Verenigde Staten woonachtige etnische Japanners, waaronder velen met een Amerikaans staatsburgerschap, in concentratie kampen op. Tegelijkertijd weigerde hij in dezelfde periode alle Joodse politieke vluchtelingen uit Europa. Zo weigerde hij het schip MS St. Louis, dat 900 Joodse politieke vluchtelingen aan boord had, te laten aanmeren in een Amerikaanse haven en stuurde het terug naar Europa, naar destijds door de Duitsers bezet gebied! 

= De tekening van een wet door de Democraat Bill Clinton in 1996, die maar geringe media-aandacht kreeg, gaf de immigratiediensten sterk verruimde bevoegdheden en liet het aantal deportaties explosief stijgen. Gedurende de Bush-jaren en Obama stegen de deportaties. Of het nu dus Democraten of Republikeinen betreft, of sociaaldemocraten of wat voor politieke kleur dan ook (groen, paars of zwart) - De aard van de bourgeoisie blijft het opwerpen van grenzen, de kunstmatige grenzen van het kapitalisme waarin zijn winstbejag afgebakend wordt. En daarin is alleen maar ruimte voor migratie indien dat de economie en het politieke klimaat begunstigd (goedkopere arbeiderskrachten, technologische kennis, soms het opwerpen van een humanitair masker, etc.).

Maar wat is de eis die reformistisch links stelt tegenover deze (anti-)migratiepolitiek van de bourgeoisie? De leus ‘open grenzen’…Dit is een uiterst reactionaire eis vol illusies. 

Deze leus verwacht van de kapitalistische klasse dat deze haar eigen grenzen permanent openstelt voor het vrije verkeer van personen. Dit vrije verkeer is slechts een onderdeel van vele anderen, namelijk: Het vrije verkeer van diensten, goederen en kapitaal. Al dit verkeer zal elk kapitalistisch land afzonderlijk ten alle tijden zelf willen blijven reguleren.

Tevens bevat de eis ‘open grenzen’ de mogelijkheid voor dominante kapitalistische landen om de economische markten van zwakkere kapitalistische landen (of zelfs van gedeformeerde arbeidersstaten zoals China) te kunnen penetreren.

Neen, de enige manier om daadwerkelijk een vrij verkeer van diensten, goederen, personen en (ja, ook in het begin stadium van de revolutie/het socialisme) kapitaal wereldwijd te kunnen verwezenlijken, is d.m.v. een reeks van socialistische revoluties in de diverse kapitalistische landen.

Alleen dán, in daadwerkelijke socialistische maatschappijen, kan d.m.v. planeconomieën in de verschillende landen goederen, diensten, kapitaal en personen worden uitgewisseld ten behoeve van de werkende massa’s in de betreffende landen (Zie bijv. o.a. de uitwisseling van goederen en technische kennis van de Sovjet-Unie aan Cuba, van de Sovjet-Unie aan China en visa versa).

Alle andere eisen van het reformisme aan de diverse burgerlijke regeringen onder het kapitalisme, zoals op het gebied van internationale solidariteit en migratiepolitiek, zijn pure illusies en dienen er slechts toe om de werkende massa’s zand in de ogen te strooien m.b.t. het ware karakter van de burgerlijke democratie!


dinsdag 28 februari 2017

Oproep tot Europese Mobilisering voor een Revolutionaire 1 Mei!


Het kapitalisme is nog steeds niet hersteld van haar grote crisis sinds 2008. Niet wereldwijd en zeer zeker niet in Europa. Waar eerst het banken- en beurskapitaal in zwaar weer kwam (en in de Zuid-Europese landen nog altijd is, zie Griekenland en Italië), is de crisis nu overgeslagen naar het industriekapitalisme en haar globale distributie. Achtergebleven innovaties in de staalindustrie, sluitingen van kolenmijnen, klassieke overproductie in de maritieme sector, Europa’s afzetmarkten die kleiner worden door het opkomende protectionisme van andere kapitalistische landen (Trump’s Amerika, Brexit). Het globale kapitalisme is sterk aangeslagen. Opdat ze ook daadwerkelijk in de afgrond valt, is het aan ons, revolutionaire antikapitalisten, om haar het laatste zetje te geven!




Noem het gerust klassenstrijd, want als Nationale Socialisten staan wij in de traditie van de Duitse arbeidersbeweging en niét in die van de burgerlijke klassenstaat! Daarom zal er in de gelederen van de Duitse Nationale & Socialistische beweging intensief worden gemobiliseerd voor de komende 1e mei – dit om het srijdbare protest van vorig jaar in Plauen te evenaren. Wederom zal een sterk Antikapblok op de straten aanwezig zijn. Het ACN/AKN roept op om het antikapitalistisch blok te versterken en om onze internationale solidariteit te betuigen aan de kameraden van het Antikapitalistische Kollektiv (AKK), daar waar de strijd in de BRD het meest strijdbaar zal zijn. Op naar de Strijddag van de Arbeidersklasse in Halle!

Gewaarschuwd dient te worden voor reformistische praatjes over een zgn. ‘strijd’ binnen de kaders van de burgerlijke staat. Werkelijke antikapitalisten kiezen voor de compromisloze strijd tegen de staat en het hierachter staande kapitaal!

Antikapitalisten! Organiseer je in het Antikapblok op de 1ste mei in Halle!

VOOR EEN REVOLUTIONAIRE 1 MEI!

TEGEN KAPITALISME, CRISIS EN OORLOG!

VÓÓR HET SOCIALISME!


Voor meer informatie, achtergronden en updates in het Nederlands bezoek: